| Het kiessysteem |

Het volk regeert! Maar wie is het volk?

Het lijkt vanzelfsprekend dat iedere inwoner van een land mag stemmen, toch gaat er een hele geschiedenis vooraf aan het voor ons, normale stremrecht/stemplicht.

Wie geld heeft, kiest

1831 - 1893: Bij het ontstaan van België was het cijnskiesstelsel van toepassing. Mannen, met de Belgische nationaliteit, vanaf 25 jaar die veel belastingen betaalden, mochten stemmen. De grondbelasting gaf hierbij de doorslag, wat de vaak adellijke grootgrondbezitters bevoordeelde. Cijns komt van het Latijn en betekent belasting. Het idee achter deze vorm van 'democratie' is dat enkel de personen die meer geld geven aan de overheid dan geld te ontvangen (loon/uitkering), mogen bepalen wie het geld uitgeeft. Bij het ontstaan van België was de hoogte van het cijns 20 frank (0,50 euro). Dit lijkt weinig, toch had op deze manier slechts 1% van de bevolking een stem... Het hoeft dus niet te verbazen dat bij de start van ons land besloten werd het Frans als enige bestuurstaal in te voeren. De rijken (adel) waren immers voornamelijk Franstalig.

Werkman stemt

1893 -1919: Later werd het algemeen meervoudige stemplicht voor mannen ingevoerd. Alle Belgische mannen vanaf 25 jaar hadden één stem. Diploma's of grond gaven recht op extra stemmen. In deze periode werd ook de opkomstplicht ingevoerd (1893).

Eén inwoner, één stem

1919: Het enkelvoudig algemeen kiesrecht voor Belgische mannen vanaf 21 jaar wordt ingevoerd. Elke man, heeft nu eindelijk één stem.

1948: Eindelijk kregen ook de Belgische vrouwen stemrecht (stemplicht). Ze mochten zich nu ook verkiesbaar stellen. België was redelijk laat met het invoeren van dit stemrecht, Nederland had in de praktijk al vrouwenstemrecht in 1922 en Nieuw-Zeeland was het eerste land ter wereld met de invoering ervan in 1893. Vrouwen hadden in België al wel eerder stemrecht voor de gemeenten en ze mochten ook stemmen als hun man gestorven was in de oorlog.

Vrouw stemt

1981: De leeftijd waarop iemand moet gaan stemmen wordt verlaagd naar 18 jaar.

1992: EU-burgers krijgen stemrecht (gemeenten, districten, Europa) door het verdrag van Maastricht.

1998: Belgen die gevestigd zijn in het buitenland, krijgen stemrecht (geen stemplicht).

2004: Personen die reeds 5 jaar of langer legaal in België verblijven mogen stemmen (gemeenten, districten). Het gaat om stemrecht, geen stemplicht.

Cijfers

Hoeveel personen mogen nu concreet stemmen? Ook hier is het percentage dat mag gaan stemmen, gevoelig toegenomen. Deze cijfers gelden voor de Senaat, het stemrecht voor EU-burgers en vreemdelingen hebben er dus geen invloed op.

Jaar Bevolking Kiesgerechtigden % Opmerking
1831 4.080.000 46.000 1% Cijnsrecht
1848 4.359.000 79.000 2%
1894 6.342.000 1.355.000 21% Algemeen meervoudige stemplicht
1919 7.577.000 1.761.000 23% Enkelvoudig algemeen kiesrecht
1949 8.526.000 5.031.000 59% Vrouwenstemrecht
1981 9.849.000 6.877.000 70% Vereiste minimumleeftijd wordt 18 jaar
1995 10.131.000 7.199.000 71%
1999 10.128.000 7.305.000 72%
2003 10.310.000 7.571.000 75%

Bron

Update pagina: 15 augustus 2010

Log in   |   Belgische politiek - Belgische staatsstructuur   |   info@bpol.be

www.bpol.be


www.bpol.be